Stichting Olaertsduyn

Olaertsduyn

Volkshogeschool Olaertsduyn

Zestig jaar geleden vond in Rockanje de opening van de Volkshogeschool Olaertsduyn plaats. De term Volkshogeschool is wat verwarrend, aangezien de instelling allesbehalve een tradionele school was, laat staan een hogeschool. Het werd geïntroduceerd als een vormingscentrum voor jonge mensen die zich moeten voorbereiden op het leven en een ontmoetingspunt voor jongeren van uiteenlopende religies en sociale milieus. Kortom, in de volkshogeschool stond algemene ontwikkeling hoog in het vaandel, evenals het doorbreken van het verzuilde denken in Nederland.

Het hoofddoel van de volkshogeschool

Het hoofddoel van de volkshogeschool was het organiseren van tweeweekse cursussen, vooral voor mannen tussen de 18 en 35 jaar, die tot doel hadden ‘de ontmoeting met de medemens van andere werkkring, leeftijd en levensovertuiging’ te bevorderen. Op het cursusaanbod stonden ook zevendaagse cursussen, bedoeld voor fabrieks- en kantoorwerkers, rijks- en gemeenteambtenaren, studenten en MTS’ers. Het streven van de leiding van de volkshogeschool was het samenbrengen van een getrouwe afspiegeling van de samenleving om te praten over thema’s als ‘ons land negen jaar na de oorlog’, ‘het culturele leven ten plattelande’, ‘de vrouw en haar omgeving’ en ‘de veranderende wereld’. De dagen werden gevuld met onder meer werken in de tuin, handenarbeid, tennissen, gymnastiek, volksdansen, populair gehouden lezingen met nabespreking en avonduren vermaakte de cursisten zich met grammofoonplaat-concerten (met uitleg), zingen, wandelen en films kijken. Maar in de jaren vijftig en zestig werd het besef van de maakbare samenleving steeds populairder en steeg de vraag naar cursussen sterk. Er trad professionalisering op en er ontstond een steeds groter aanbod in cursussen.

Cursussen

Er kwamen bijvoorbeeld cursussen voor bedrijven. Managers uit het bedrijfsleven en gezondheidszorg kwamen in Olaertsduyn een week praten over problemen in hun vakgebied, en werden door de cursusleiders aangemoedigd nieuwe gezichtspunten te vormen om oplossingen te bedenken. En bovendien werden tal van speciale dagen georganiseerd voor politieagenten, jonge vrijwilligers voor ontwikkelingslanden, vrouwenverenigingen, plattelandsjongeren en studenten van bijvoorbeeld huishoudscholen. En wie zich creatief wilde ontplooien, werden meerdaagse cursussen aangeboden waarin kon worden kennisgemaakt met tekenen, boetseren, schilderen en beeldhouwen.

Uitbreiding

De volkshogeschool was gevestigd in het landhuis Olaertsduyn, dat in 1911 werd gebouwd als jachthuis en buitenverblijf voor William Smith. Na de Tweede Wereldoorlog verkocht zijn zoon Adriaan Pieter van Hoey Smith het aan het Administratiefonds Rotterdam, die het vervolgens verhuurde aan de Stichting Eerste Volkshogeschool voor Zuid-Holland. De hogeschool werd een succes en in 1955 kocht de Stichting het gebouw met het omliggende terrein van het Administratiefonds. Aangezien er in de loop van de jaren vijftig ruimtegebrek ontstond, werd in 1959 jongerencentrum De Weyert gebouwd. In de jaren tachtig werd het noodzakelijk om het complex uit te breiden en er volgde wederom nieuwbouw: het conferentiehotel Olaertsduyn.

De statutaire doestelling

De statutaire doestelling van de volkshoge school, is altijd een brede maatschappelijke bestemming van het Olaertsduyn geweest. Elke eigenaar dient zich volgens een notariële akte hieraan te houden.

In de uitspraak van een rechtszaak van de eigenaar tegen de servituut houders stelt de rechter, na kennisgeving van de notariële akte,:

 

Dit betekent dat het verbod om zonder toestemming van de “gerechtigden van de heersende erven” te verbouwen en/of bestaande bebouwing uit te breiden onverkort van toepassing is. Dat het “dienend erf” thans uit drie percelen bestaat, maakt dat niet anders. Het is niet zo dat met de bouw van het conferentiehotel in 1990 door de Volkshogeschool toekomstige inbreuken op de erfdienstbaarheden zijn toegestaan. In tegendeel, met de aanpassing van de erfdienstbaarheid is juist beoogd die tegen te gaan. Het behoud van de natuur en de (brede) maatschappelijke bestemming van Olaertsduyn, waarop wordt gedoeld met “de huidige statutaire doelomschrijving van de Volkshogeschool of haar rechtsopvolgers”, hebben bij de vestiging van de erfdienstbaarheid en de wijziging daarvan in 1991 steeds voorop gestaan.

 

De erfdienstbaarheid dient aldus te worden uitgelegd dat het gebruik van het “dienend erf” in overeenstemming moet zijn met de statutaire doelomschrijving van de Volkshogeschool (of haar rechtsopvolgers) ten tijde van de vestiging van de erfdienstbaarheid, te weten: het ontplooien van maatschappelijke en educatieve activiteiten in de ruimste zin.

 

Ter verduidelijking:

“gerechtigden van de heersende erven” zijn de servituuthouders en “dienend erf” is het landgoed Olaertsduyn.

 

 

De uitspraak

Wil je meer lezen over het vonnis, te weten de uitspraak, klik dan hier voor deel 1 en hier voor deel 2.